Euthanasie

Euthanasie wil zeggen dat een arts het leven van de patiënt beëindigt. Dit is alleen mogelijk als de patiënt dit zelf vraagt. Iemand anders kan dit dus niet in de plaats van de patiënt vragen.

Niemand kan een arts of andere zorgverlener verplichten om mee te werken aan euthanasie. Patiënten kunnen wel altijd zelf op zoek gaan naar een andere arts die de euthanasie wil begeleiden.

Wie kan om euthanasie vragen?

Alle patiënten die euthanasie vragen, moeten aan volgende voorwaarden voldoen:

  • een ernstige en ongeneeslijke aandoening hebben;
  • ondraaglijk lijden;
  • vrijwillig euthanasie vragen: vrijwillig wil zeggen dat niemand de patiënt onder druk zet;
  • meerdere keren met je arts over euthanasie spreken;
  • je verzoek op papier aan de arts richten;

Verder zijn er speciale voorwaarden, naast de voorwaarden die hierboven staan. Die voorwaarden hangen af van de toestand van de patiënt. Er zijn drie soorten patiënten:

Wilsbekwame patiënten die niet lang meer zullen leven

Een patiënt is wilsbekwaam als hij of zij zich goed bewust is van:

  • zijn of haar situatie
  • het verloop van de ziekte
  • de mogelijke behandelingen

De patiënt is ongeneeslijk ziek en zal niet lang meer leven (‘terminaal’). De behandelende arts en een collega-arts beoordelen de vraag en de toestand van de patiënt. Als de patiënt op korte termijn zal sterven én voldoet aan de algemene voorwaarden, kan de behandelende arts euthanasie uitvoeren.

Wilsbekwame patiënt die nog niet binnen afzienbare tijd zal overlijden

Dan is behalve het oordeel van de behandelende arts minstens het advies van twee andere artsen nodig. Eén van de twee andere artsen moet een psychiater zijn of specialist in de ziekte van de patiënt. Alle drie de artsen moeten de vraag en de toestand van de patiënt onderzoeken. 

De euthanasie kan niet onmiddellijk worden uitgevoerd. De patiënt moet minstens één maand wachten na de datum waarop hij of zij schriftelijk het verzoek tot euthanasie indiende.

Wilsonbekwame patiënt

Een patiënt die wilsonbekwaam is, kan geen euthanasie meer vragen. Als de patiënt nog bewust en gezond is, kan hij wel al op papier zetten dat hij euthanasie wil als er later ooit iets met hem gebeurt waardoor hij niet meer om euthanasie kan vragen. Dit heet een wilsverklaring voor euthanasie.  Deze wilsverklaring kan een basis zijn voor euthanasie op voorwaarde dat de patiënt niet meer bij bewustzijn is én als artsen zeker zijn dat de patiënt ook niet meer bij bewustzijn zal komen.

Bij iemand die verward is door hersentumoren of door dementie, kan de arts dus geen euthanasie toepassen, ook al heeft die een wilsverklaring afgelegd. Bij iemand met een wilsverklaring die in coma ligt en nooit meer zal ontwaken, kan de arts wel euthanasie uitvoeren. Ook dan is een arts niet verplicht om euthanasie toe te passen.

Wanneer is een wilsverklaring voor euthanasie geldig?

Er zijn verschillende voorwaarden voor een geldige wilsverklaring:

  • Deze wilsverklaring mag niet meer dan vijf jaar geleden opgesteld zijn. Twee getuigen moeten de wilsverklaring mee ondertekend hebben.
  • Minstens één getuige mag geen materieel belang hebben bij het overlijden (en mag dus geen erfgenaam of begunstigde in het testament zijn).

Hoe kan een patiënt een wilsverklaring euthanasie maken?

De patiënt kan de wilsverklaring vooraf aan de (huis)arts bezorgen en ook op de gemeente laten registreren. De patiënt kan ook een vertrouwenspersoon aanduiden die de behandelende arts op de hoogte brengt van de wilsverklaring.

Medisch begeleid sterven

Ziekenhuizen hebben ook andere  wijzen om een patiënt menswaardig te laten sterven. De drie meest voorkomende manieren van medisch begeleid sterven zijn:

  1. Beslissing om de patiënt niet nodeloos verder te behandelen
    Artsen kunnen beslissen om niet te starten met een behandeling of om een behandeling stop te zetten. Dit doen artsen als een behandeling niet langer helpt om het medisch probleem op te lossen of te verbeteren.
  2. De pijn bestrijden
    De patiënt krijgt pijnstillende medicatie zodat de patiënt zonder pijn kan verderleven tot het natuurlijke moment van overlijden.
  3. De patiënt wordt in slaap gehouden(palliatieve sedatie)
    De patiënt krijgt slaapverwekkende producten.  Hierdoor beleeft de patiënt de ondraaglijke klachten niet.

Visie AZ Sint-Maarten

Palliatieve zorgen

Elke patiënt krijgt in het AZ Sint-Maarten de beste zorgen, ook als de patiënt niet meer kan genezen en niet meer wil leven. Met palliatieve zorg proberen we steeds de klachten van een ongeneeslijke aandoening te verminderen.

Palliatieve zorg heeft aandacht voor:

  • waardig leven tot de dood
  • pijn en de bestrijding van pijn
  • emotionele en sociale aspecten in deze fase
  • vragen rond zingeving

Onze deskundigen in palliatieve zorg maken tijd om te praten over moeilijke thema’s zoals ondraaglijke pijn, de angst voor aftakeling, de vrees voor verlies van waardigheid, …

Samen met de patiënt zoekt het psycho-sociaal support team (PSST) naar de beste mogelijkheden om hiermee om te gaan. Bij vele patiënten leidt dit tot een aanvaardbare kwaliteit van het resterende leven. Voor sommigen niet en samen met hen onderzoeken we de vraag naar uitvoering van euthanasie.

Dankzij een palliatieve begeleiding kan de patiënt vrij kiezen tussen de verschillende opties van medisch begeleid sterven, ook euthanasie. Patiënten mogen erop rekenen dat het PSST een vraag naar euthanasie behandelt zoals elke vraag rond het levenseinde. 

Zorgvuldige besluitvorming

Tijdens de palliatieve begeleiding nemen we de tijd voor meerdere gesprekken met de patiënt over zijn of haar levenseinde, met inbegrip van euthanasie. De verschillende zorgverleners en artsen bespreken de vraag naar euthanasie ook met elkaar en andere deskundigen vooraleer een definitief besluit te nemen om euthanasie wel of niet uit te voeren.

Op tijd praten over het levenseinde, ook al is dat ver weg

AZ Sint-Maarten vindt duidelijke communicatie en informatie over het levenseinde belangrijk. Onze zorgverleners staan open voor verwachtingen en wensen van patiënten over het levenseinde. Deze thema’s zijn bespreekbaar, ook al is het levenseinde van een patiënt nog verder weg. Dit proces heet ook wel ‘voorafgaande of vroegtijdige zorgplanning’.

Deze voorafgaande planning van zorg biedt patiënten, of hun vertegenwoordigers, de mogelijkheid om in een open dialoog hun keuzen in verband met de zorg aan het einde van het leven te bespreken. Dit kan leiden tot een wilsverklaring om bepaalde nodeloze behandelingen niet meer te moeten ondergaan of een wilsverklaring voor euthanasie.

De zorgverleners van het AZ Sint-Maarten staan op elk ogenblik open om te praten over de zorg en de keuzen aan het einde van het leven.

Interessante pagina's